Word leraar in het voortgezet onderwijs
Begeleiden van startende docenten in het voortgezet onderwijs: onderzoek en beleid

Begeleiden van startende docenten in het voortgezet onderwijs: onderzoek en beleid

Elk schooljaar starten er nieuwe leraren in het vo. Van de afgestudeerden, die direct na de lerarenopleiding een baan in het onderwijs hebben, is een jaar later veertien procent niet langer werkzaam in het onderwijs. Veel scholen geven aan werk te maken van begeleiding, omdat teveel startende docenten na een jaar de school moesten verlaten. Het goed begeleiden van starters kan een bijdrage leveren aan het verminderen van de uitstroom. Een tweede belangrijke reden die scholen geven voor goede begeleiding is investeren in de kwaliteit van de beginnende leraar.

Begeleiding

Over het algemeen zijn startende docenten in het vo niet ontevreden over de begeleiding die ze op de scholen krijgen (Loopbaanmonitor onderwijs 2010). De begeleiding bestaat, in de meeste gevallen, uit informatie over praktische zaken in de school en het omgaan met de leerlingen. De vraag is welke begeleidingsactiviteiten leiden tot minder uitval of toename van de kwaliteit van de lessen van startende leraren.

Onderzoek

Wim van de Grift en Michelle Helms-Lorenz (beide Rijksuniversiteit Groningen) doen onderzoek naar de professionele ontwikkeling van leraren. Eén van de projecten binnen het onderzoeksprogramma richt zich op factoren die de ontwikkeling van beginnende leraren beïnvloeden. Uit onderzoek blijkt volgens Helms-Lorenz dat er in de begeleiding vier gebieden zijn waarop je iets kunt doen:

1. De werklast van starters verminderen, mensen uit de wind houden
2. De integratie en enculturatie in de school
3. Begeleiding met betrekking tot effectief gedrag in de klas, pedagogisch en didactisch
4. De professionele ontwikkeling: als individu zelf tot ontwikkeling komen

Naarmate je meer aandacht geeft aan alle vier de facetten, hoe meer effect het heeft op het behoud van docenten voor het onderwijs.

Effectief

Beginnende docenten zijn blij met alle begeleiding die ze krijgen, begeleiding helpt het leren. Dat leidt mogelijk tot minder uitval of vertrek uit het onderwijs. Het zegt echter nog niets over de kwaliteit van de lessen of de kwaliteit van de leraar. De onderzoekers denken dat een langere inductieperiode (langer dan een jaar) beter werkt. Zij hebben samen met een aantal scholen een programma voor drie jaar ontwikkeld. In de driejarige arrangementen is geprobeerd om een volgtijdelijkheid aan te brengen; wat moet eerst plaatsvinden in de begeleiding? In het eerste jaar in het beroep ben je met andere dingen bezig dan in het derde jaar. De vraag in het onderzoek is welke onderdelen in de begeleiding het meest effectief zijn. De leerlingen geven informatie over het gedrag van de beginnende leraar in de klas.
De leraren geven informatie over stressbeleving, werkbeleving, arbeidssatisfactie, welke stressoren ze ervaren en hoe ze daar mee omgaan, hoe bekwaam ze zichzelf vinden en hoe bekwaam het team is waarin ze werken.

In het onderzoek worden 300 beginnende docenten gevolgd verspreid over 63 scholen.

Basisvaardigheden leraar

Van de Grift: ‘Een beginnende leraar die afgestudeerd is beschikt over basisvaardigheden;

  • creëren veilig en stimulerend klimaat
  • les efficiënt organiseren
  • helder uitleggen
  • een aantal kan ook van een les al een mooie intensieve gebeurtenis maken

Alle starters die de kerst overleefd hebben, worden rustiger, ze hebben meer tijd, de betrokkenheid van de leerlingen neemt toe en de ontwikkeling van de leraar gaat door. Toch stagneert het leren bij veel leraren, bijvoorbeeld in het leren omgaan met verschillen. Daar kom je pas aan toe als je een aantal jaren het curriculum voorbij hebt zien komen, ‘een zekere rijping op het vat’ hebt doorgemaakt. De kunst is; hoe kunnen we leraren helpen om die verdere stappen in de ontwikkeling te zetten.
In het vo tref je veel leerlingen binnen verschillende leerroutes aan. Het helpt om leraren elkaar te laten observeren. Het gaat vaak om gemiste kansen, feitelijke dingen die je de leraar hebt zien doen en dingen die je de leraar niet hebt zien doen. Er liggen kansen die de leraar zou kunnen oppakken. Hier kun je docenten bij helpen, maar het vraagt veel tijd en aandacht.’

Kwaliteit van de begeleiding

De inspectie van het onderwijs constateert in de publicatie ‘De begeleiding van beginnende leraren in het voortgezet onderwijs’ (januari 2011) twee verbeterpunten met betrekking tot het waarborgen van goede begeleiding. Scholen leggen onvoldoende vast welke tekortkomingen de beginnende leraren in hun opleiding hebben ervaren en welke leerpunten ze hebben. Daardoor krijgen de beginnende leraren niet van meet af aan de ondersteuning die aansluit bij hun behoeften.
En er ontbreekt vaak een adequate borging van de uitvoering van het begeleidingstraject zoals dat is bedoeld. Met name vaksecties schieten soms (ernstig) tekort in de begeleiding. Schoolleidingen hebben onvoldoende (tijdig) zicht op falende schakels in de keten van het begeleidingstraject. Op de scholen is meer aandacht nodig voor preventie en signalering (‘early-warning’).

Scholen hanteren niet consequent een checklist voor het opstellen van de begeleidingsprogramma’s en het controleren van de uitvoering.

Eigen begeleidingsaanpak

In 2010 heeft de Europese Commissie een handboek voor beleidsmakers gepubliceerd over begeleidingsprogramma’s voor beginnende leraren (Europese Commissie, Developing coherent and system-wide induction programmes for beginning teachers- a handbook for policymakers, 2010). Het handboek is opgesteld vanuit de in Europa breed gedeelde mening dat leraren in hun hele loopbaan, maar vooral in hun eerste jaren als leraar, toegang moeten hebben tot een system van persoonlijke en professionele ondersteuning.
In Nederland is het personeelsbeleid gedecentraliseerd; werkgevers zijn hiervoor verantwoordelijk. Dat leidt tot verschillen in vorm, intensiteit en kwaliteit in de begeleiding van beginnende leraren.

De begeleidingspraktijk

We zijn binnen de acht scholen op zoek gegaan naar de eigenheid in aanpak. Op basis van welke ervaringen is men tot een begeleidingsaanpak gekomen? Hoe wordt de kwaliteit van de begeleiding bewaakt? Hoe ervaren de starters de begeleiding? Wat is de visie van de schoolleiding? De acht scholen zijn trots op hun begeleidingsaanpak. Ze gebruiken verschillende instrumenten en leggen andere accenten. Maar er zijn ook veel overeenkomsten:

  • selectie en beoordeling op leerbaarheid van de starter
  • begeleiden is een vak, begeleiders moeten goed opgeleid worden
  • begeleiden vanuit een visie op het vak van leraar binnen de eigen school
  • behoefte aan kennis over inhoud begeleiding, welke interventies leiden tot resultaat?
  • aandacht voor vakinhoudelijke begeleiding door de sectie
  • bereidheid te investeren in ontwikkeling talent

De scholen hebben gemeen dat er veel aandacht is voor elke starter en er aansluiting wordt gezocht naar wat de starter nodig heeft. De startende docent wordt persoonlijk en professioneel begeleid.