
Na hun lerarenopleiding is het leraarschap voor veel studenten een te grote sprong in het diepe. Ze knappen af op het onderwijs, en haken af. In het ‘Utrechts Model’ staan studenten al direct voor de klas. Stap voor stap groeien ze in hun rol als leraar. En ook de ‘praktijkschool’ profiteert mee.
Aanpak
Het ‘Utrechts Model’ is een initiatief van ongeveer zeventig partnerscholen uit het voortgezet onderwijs en de beroeps- en volwasseneneducatie. Kern van het opleidingsmodel is dat lerarenopleiding en scholen sámen studenten opleiden. Dat gebeurt stap voor stap: studenten werken eerst als onderwijsassistent, daarna als docentenassistent en dan als ‘leraar in opleiding’, met een aantal echte lesuren. Zo groeien studenten letterlijk in hun rol. En levert de opleiding leraren af die weten waar ze aan beginnen. Die klaar zijn voor de klas.
Duale opleiding
Binnen de lerarenopleiding volgt de student een duale opleiding ‘op maat’. Die afhangt van vooropleiding, kennis en ervaring. De student zelf heeft ook een belangrijk aandeel in zijn eigen opleiding, bijvoorbeeld door praktijkopdrachten en eigen inbreng. De student gaat meteen de onderwijspraktijk in. De opleidingsschool bepaalt of dat betaald of onbetaald is. Op de school wordt de student begeleid door een werkplekbegeleider. Die op zijn beurt steun krijgt van een schoolopleider – ook van school – en door de lerarenopleiders van de lerarenopleiding. De begeleiding op de opleidingsschool is gegarandeerd, omdat de school een keurmerk heeft behaald of dit binnenkort gaat doen.
Resultaat
Een student komt sneller te weten of het leraarschap iets voor hem is. De student wordt als collega-in-opleiding beschouwd en als zodanig ingezet. Daarnaast leidt de inzet van studenten tot taakverlichting van de docenten. Zij kunnen zich dan beperken tot hun kerntaken, en zich eventueel specialiseren of verbreden.