
Mensen stappen sneller over naar het onderwijs. Voor scholen betekent het: enthousiaste, maar ook onervaren leraren voor de klas. Die daardoor vaak alsnog afhaken. Jammer. Want met een goede begeleiding staan zij-instromers - maar ook starters en doorstromers - een stuk steviger in hun schoenen.
Investeer in begeleiding
Hoe enthousiast en geschikt een nieuwe leraar ook is, het risico op afhaken is aanwezig. Een mislukt instroomtraject is een teleurstelling voor de persoon in kwestie, maar ook een strop voor de school. Want die krijgt te maken met lesuitval en een nieuwe wervingsprocedure. Goede begeleiding en voorbereiding beperken het risico op uitval. Investeren in begeleiding loont dus de moeite.
Begeleiding op maat
Hoeveel begeleiding een nieuwe leraar nodig heeft, verschilt van persoon tot persoon. Het is afhankelijk van de achtergrond, opleiding en werkervaring. Daarom is het belangrijk om met iedere starter een begeleidingsprogramma-op-maat te maken. Bij zij-instromers biedt de uitslag van het geschiktheidsonderzoek daarvoor aanknopingspunten. Maak in overleg met de startende leraar een keuze voor een aanbodgestuurde begeleiding (een vast programma), vraaggestuurde begeleiding (afhankelijk van de behoefte) of voor een combinatie van beide.
Interne coaching
Op veel scholen neemt een ervaren collega de beginnende leraar onder zijn hoede. Een goede methode: zij-instromers vinden deze vorm van begeleiding vaak nog belangrijker dan de opleiding die ze volgen. Regel het wel goed. Maak duidelijke afspraken over vorm, frequentie en tijdsbeslag. Vrijroosteren van starters en begeleiders is vaak nodig. Want als alles 'erbij' moet, komt het er in de praktijk niet van. Zorg er ook voor dat 'leraar-coach', mentoren, supervisors en andere begeleiders voldoende zijn toegerust. Er zijn trainingen voor leraren die een zij-instromer begeleiden. Bijvoorbeeld de training 'zij-instromercoach' van het CPS.
Intervisie
In sommige scholen wordt er voor gekozen om met alle starters in de school, of in de scholen die vallen onder één bestuur, een intervisie op te zetten. Zo kunnen de nieuwe leraren hun ervaringen met elkaar delen.
Training voor zij-instromers
Er zijn speciale trainingen voor zij-instromers. Daar leren zij basisvaardigheden en krijgen praktische handvatten bij het lesgeven. De trainingen worden gegeven door diverse opleidingsinstellingen. Ze bestaan uit een theoretisch deel met praktijkgerichte opdrachten en uit praktijkoefeningen, zoals video-feedback. Onderdelen die meestal voorbij komen zijn lesvoorbereiding, leerstofanalyse, het organiseren van leeractiviteiten, gesprekken met leerlingen, orde en presentatie.
Uit onderzoek blijkt dat nieuwe leraren vooral aanlopen tegen:
De omvang en zwaarte van de taak
Anders dan in de meeste beroepen kan een nieuwkomer zijn taken en verantwoordelijkheden niet geleidelijk aan uitbouwen. Een nieuwe leraar is direct verantwoordelijkheid voor alle aspecten van het lesgeven.
Onduidelijke verwachtingen
Op scholen gelden veel regels, procedures en routines die voor de startende leraar nieuw zijn.
Inadequate voorzieningen
Onvoldoende of niet de juiste materialen, geen rooster, geen opbergruimte. Dergelijke praktische zaken veroorzaken veel onnodige stress.
Isolement
Voor de klas sta je er alleen voor. Maar beginnende leraren hebben vaak behoefte aan steun en advies van ervaren collega's. Een open sfeer, waarin de starter zelf om hulp durft te vragen, is dus cruciaal. Ook een vaste mentor is in dit opzicht heel belangrijk.
De praktijkschok
Veel leraren beginnen aan hun eerste baan met sterk idealistische ideeën over het vak. De overgang van opleiding naar praktijk is vaak een schok. Zorg dat de mentor behulpzaam kan zijn met tips en ondersteuning. Garandeer vertrouwelijkheid.
Ontbreken van ondersteuning door de schoolleiding
Veel startende leraren hebben weinig contact met – en steun van – de schoolleiding. Spreek als schoolleiding regelmatig met de startende leraren. Zorg dat zij de school snel leren kennen in al haar geledingen
Rolconflicten
Het ingroeien in het beroep van leraar vraagt zoveel tijd en energie, dat de omstandigheden thuis er onder kunnen leiden, met als gevolg extra spanningen.