
Wie uit een andere baan overstapt naar het onderwijs, heeft meestal geen bevoegdheid om les te geven. In een aantal gevallen kun je dan toch al in het onderwijs aan de slag. Of dat zo is, hangt van je situatie af:
Je hebt een hbo- of wo-diploma
Als je ergens wordt aangenomen - op basis van je ervaring, vakkennis en geschiktheid - kun je vaak meteen voor de klas. Meestal begin je met een deeltijd-aanstelling en volg je tegelijkertijd een deeltijdstudie om je lesbevoegdheid te halen. Hoe je dat doet, spreek je af met de school waar je hebt gesolliciteerd. Ook kun je de hbo-kopopleiding volgen. De hbo-kopopleiding biedt je de mogelijkheid om in één jaar een tweede-graads lerarenbevoegdheid te halen
Je hebt een mbo-diploma
Kom je uit de technische branche en ben je geschikt voor het onderwijs? Dan kun je gaan lesgeven in een aantal technische, beroepsgerichte vakken in het vmbo. Je moet wel beschikken over een bijbehorend mbo-diploma, voldoende werkervaring en vakkennis. Je hebt twee jaar de tijd om je lesbevoegdheid te halen. Hoe je dat doet, spreek je af met de school waar je hebt gesolliciteerd. Heb je een mbo-diploma, dan kun je er ook voor kiezen om eerst een lerarenopleiding te doen. Of om naar een ondersteunende functie in het onderwijs te solliciteren (onderwijsassistent of –ondersteuner).
Je hebt een havo/vwo-diploma
Je hebt wel al een paar jaar werkervaring, maar nog geen bevoegheid. Je start dan eerst met de lerarenopleiding. Soms kan de lerarenopleiding besluiten om je vrijstellingen te geven omdat je al veel kennis en ervaring in je werk hebt opgedaan.
Je hebt geen diploma
De school waar je solliciteert, kijkt vooral naar je specialisatie, werkervaring, vakkennis, geschiktheid en ervaring in het werken met groepen jongeren. Als je kunt aantonen dat je hebt gewerkt op hbo- of wo-niveau, dan kun je soms meteen voor de klas, mits je naast je werk een deeltijd lerarenopleiding volgt om je bevoegdheid te behalen. Soms moet je eerst (een deel van) de lerarenopleiding afronden voor je voor de klas aan de slag kunt.
Kortom: het voortgezet onderwijs biedt kansen. Zelfs als je nog geen lesbevoegdheid hebt. Zo’n overstap vraagt wel wat van je. Wil je weten wat je te wachten staat als je vanuit een andere baan overstapt naar het voortgezet onderwijs? Bekijk het stappenplan.
Probeer zoveel mogelijk te weten te komen over wat het betekent om leraar te worden in het voortgezet onderwijs. Bezoek scholen, praat met leraren, leerlingen, andere overstappers… Bied jezelf aan als gastdocent en ervaar hoe het is om voor de klas te staan. En beantwoord dan – eerlijk – de vraag of het vak bij je past.
Bedenk dat lesgeven pittig kan zijn. Het onderwijs is een minimaatschappij met eigen normen en waarden en leerlingen zijn niet altijd lieverdjes. Maar: je krijgt er veel voor terug. Waardering, afwisseling, het gevoel dat jouw werk iets betekent voor anderen. En je leert zelf ook veel. Over wat er leeft in de wereld van jongeren, over je eigen capaciteiten en je grenzen. Men zegt niet voor niets: “Je groeit in het onderwijs.”
Bedenk ook dat je als leraar in het voortgezet onderwijs veel meer doet dan alleen voor het bord staan. Zowel tijdens als buiten lesuren heb je een coachende en begeleidende rol. Met een team van collega’s ben je verantwoordelijk voor een groep leerlingen. Je denkt mee over nieuwe lesprogramma’s en maakt gebruik van moderne leermiddelen, zoals de elektronische leeromgeving. Ook verricht je coördinerende taken en gaat je aandacht uit naar het organiseren van buitenschoolse activiteiten. Leraar is een veelzijdig beroep, waarin je veel van jezelf kwijt kunt.
Stel: je vindt een baan in het voortgezet onderwijs. In veel gevallen sta je dan meteen voor de klas. In het eerste schooljaar hoef je 20% minder les te geven, maar dan nog is het zwaar, vooral in het begin. Bereid je daarop voor. Want náást je werk in de praktijk moet je ook nog het leertraject volgen om je lesbevoegdheid te halen. Natuurlijk neem je ervaring mee uit je vorige werkkring. Maar je zult veel tijd moeten investeren in het ophalen van kennis en het volgen van de opleiding. Kun je daarvoor de tijd en energie vrijmaken?
Als je wilt, kun je je geschiktheid uitgebreid laten testen voordat je solliciteert. Er zijn speciale geschiktheidsonderzoeken voor mensen die overstappen uit een ander beroep: de zogenaamde ‘EVC-testen’ (Erkennen Verworven Competenties). Je kunt hiervoor terecht bij de lerarenopleidingen. In een geschiktheidsonderzoek bekijken zij wat jouw sterke punten zijn, en waar je scholing en begeleiding bij nodig hebt. De prijs voor zo’n test kan behoorlijk oplopen. Vraag daar dus eerst naar. Als je zij-instromer wilt worden, maakt een geschiktheidsonderzoek vaak deel uit van de sollicitatieprocedure.
Denk je dat het onderwijs iets voor je is? En denk je ook dat je het aankunt? Ga solliciteren! Dat kan direct bij een school, via vacaturesites, door je aan te melden bij een bemiddelingsorganisatie voor overstappers of zij-instromers… Onder het kopje ‘Arbeidsmarkt’ elders op deze website vind je meer informatie. Het kan zijn dat een geschiktheidsonderzoek deel uitmaakt van de sollicitatieprocedure. Dat verschilt van school tot school.
Zie je nu geen passende baan in het onderwijs? Kijk dan hoe je vast zelf aan de slag kunt gaan met de scholing die je nog nodig hebt. Een lerarenopleiding kan je hierover adviseren.
Je hebt gesolliciteerd, en de school en jij zijn allebei enthousiast. Je krijgt dan een tijdelijk contract, vaak in deeltijd. Op basis van het geschiktheidsonderzoek en/of het sollicitatiegesprek bepaal je een opleidingstraject om je onderwijsbevoegdheid te halen. Dat doe je samen met de school en met de lerarenopleiding. Het is belangrijk dat je goede afspraken maakt. Zodat jullie allemaal weten waar je aan toe bent. Waarover je afspraken kunt maken?