Deze website maakt gebruik van cookies

Deze cookies verzamelen geanonimiseerd gegevens om het bezoek aan de website te meten en te analyseren. Met deze informatie kunnen wij de website verbeteren.

BLOG 2 - Pauline Veen ‘Het leven van een 46-jarige brugpieper’

BLOG 2 - Pauline Veen ‘Het leven van een 46-jarige brugpieper’

Ruim 5 minuten is de 'les' al begonnen. 'Ehh...sorry' mompel ik de docent voor een groep van zestig man toe. Nu ik als 46-jarige opnieuw student ben, geeft dat tóch een hele andere dimensie dan toen ik, laten we zeggen, 21 was. Mijn dochter had deze ochtend namelijk de topotoets over Zuid-Amerika en door het langer-dan-gepland overhoren had ik de trein van 08:11 gemist, waardoor ik gehaast en als een brugklasser verdwaald rondliep in de wirwar aan gangen en lokalen van de VU.

Excuses mompelend werk ik me door de zaal naar achter, in de hoop niet al teveel op te vallen. Terwijl ik voorzichtig mijn hand in m'n tas steek om de laptop eruit te vissen, kijk ik naar de presentatie. 'Het Darknet' en iets over rechtshandhaving staat er. 'Ehm, wat voor college hebben jullie?' fluisterde ik naar mijn buurvrouw. 'Internetrecht', zegt ze, licht geïrriteerd. Met het schaamrood op mijn kaken ren ik bijna het lokaal uit, om op de VU-app te kijken waar ik dan wél mijn college Didactiek heb. Het was toch A033, begane grond? Ik blijk de 1 gemist te hebben..1033. De tiende etage. Dit alles mag de pret niet drukken: ik vind het geweldig terug te zijn op de universiteit en weer dingen te leren. Hilarisch genoeg ging het college Didactiek over het oefenen van de start van de les. En wat je kan doen als leerlingen te laat komen (ik laat het hoongelach maar even over me heen komen).

Tijdens de algemene colleges zitten leraren-in-opleiding van alle vakgebieden bij elkaar. Vooral Biologie, Economie, Aardrijkskunde, Wiskunde en Engels-docenten in spé spannen de kroon. Ik raak gaandeweg de colleges bevriend met Clemens (23), Desmond (eind 40) -beiden ook Geschiedenisdocent in opleiding- en Herman (56), die Economie wil gaan geven. Herman heeft jarenlang gewerkt bij een grote bank-verzekeraar met bijbehorend salaris. Nu heeft hij, net als veel anderen in de ‘Economie’-hoek die ik spreek, het roer omgegooid. Hij wil meer betekenen dan alleen ‘dik geld verdienen en veeleisende managers tevreden stellen’. Tijdens de colleges stelt Herman theoretische concepten regelmatig ter discussie en werpt hij talloze vragen op, tot hilariteit van mij en Clemens. ‘Is het beleid of is erover nagedacht?’ is zo’n typische Herman-vraag die veel hilariteit oproept. De ‘oudjes’ moeten soms best irritant zijn voor de studenten van in de twintig, die het overgrote deel van de collegezalen vullen.

Mijn stageschool blijkt mijn oude middelbare school te zijn. Best raar om na twee decennia rond te lopen in de gangen waar ik als puber vele uren doorbracht. Ik tref het met een leuke sectie Geschiedenis en ik heb direct een klik met Hans, mijn stagebegeleider. Hans is net als ik een zij-instromer en pas later in zijn carrière begonnen als docent. Hij is zestig, maar oogt als een vijftiger. Na twee ‘meeloop’-lessen is het mij duidelijk: Hans is niet alleen relaxt en grappig, maar ook een gepassioneerde verhalenverteller die door leerlingen op handen wordt gedragen. Aan mij de schone taak om één van zijn 4 VWO en 2 HAVO klassen les te gaan geven.

HAVO 2 blijkt een hele leuke klas met, 28 kinderen, wat drukker en schattiger -mag ik dat zeggen- dan ‘mijn’ andere klas, 4 VWO, die ik vrij braaf vind. In 2 HAVO gaat het in de eerste periode over de Europese ontdekkingsreizen. Met Hans heb ik afgesproken dat ik na het uitwerken van hun huiswerk, de les oppak. Ik laat een afbeelding van het bekende Macchu Picchu uit Peru zien, een oude stad van de Inca’s. De leerlingen raden vlot welke stad het is -nu een toeristische trekpleister tenslotte- en op de vraag waarom deze stad niet, zoals de andere steden van de Inca's en Azteken, verwoest was door de Spanjaarden, blijft het even stil. Fanatiek steekt een meisje dan haar hand op. ‘Ze konden hem niet vinden, omdat-die zo hoog in de bergen ligt!’ Nog waar ook. Na mijn enthousiaste begin wreekt zich mijn eerste beginnersfout: beter de tijd inschatten. Ik kom er niet meer aan toe om te vertellen dat de Azteekse keizer Moctezuma II, door een voorspelling, nogal somber gestemd was en de Europese veroveraars daarom nauwelijks weerstand bood.

In 4 vwo probeer ik het tamme enthousiasme van de leerlingen te doorbreken door een gastspreker uit te nodigen. Hij komt vertellen over zijn tijd in het zogeheten ‘Jappenkamp’, waar burgers en militairen werden opgesloten tijdens de Japanse bezetting van

Nederlands-Indië. De leerlingen hangen aan zijn lippen. Er blijkt veel ruimte om, naast de lesstof, ook je eigen invulling als docent hieraan te geven. Als ik meeloop als surveillant bij een Engelse les, zie ik dat leerlingen scenes uit een Engelstalig boek gaan verfilmen. Druk werken ze aan een script. Wow. Onderwijsmethoden zijn er duidelijk enorm op vooruit gegaan. Ook op college krijgen we uitgebreid les over nieuwe wetenschappelijke inzichten over hoe je dingen het beste onthoudt. Denk aan breinonderzoek, verschillende werkvormen (hoe hou je de aandacht vast-) en actief leerlingen bij een les betrekken. Mijn creativiteit kan ik helemaal kwijt in de lessen en bij de opleiding.

Het is wel een pittig jaar, waarin ik niet alleen colleges volg en lesgeef, maar ook avonden- en weekenden lang studeer, huiswerk maak, proefwerken nakijk en nadenk over betere werkvormen. Het is het allemaal waard: eind oktober mag ik mijn diploma in ontvangst nemen en mezelf officieel eerstegraads leraar geschiedenis noemen. Nu nog die leuke baan als docent...

Binnenkort verschijnt een nieuwe blog van Pauline. Op de hoogte blijven? Volg dan onze facebookpagina.

Lees ook de blog van Pauline: Van journalist naar leraar: “Kan ik dit niet elke dag gaan doen?”