Deze website maakt gebruik van cookies

Deze cookies verzamelen geanonimiseerd gegevens om het bezoek aan de website te meten en te analyseren. Met deze informatie kunnen wij de website verbeteren.

BLOG 3 – Pauline Veen - Aan de slag als zij-instromer: “Bent u de nieuwe?”

BLOG 3 – Pauline Veen - Aan de slag als zij-instromer: “Bent u de nieuwe?”

Ik ben 47 als ik op de Vrije Universiteit van Amsterdam uit handen van mentor Janneke mijn eerstegraads lesbevoegdheid voor Geschiedenis krijg uitgereikt. Apetrots ben ik – dat heb ik  toch maar mooi gedaan. Wat was het pittig, dit studiejaar, alles zien te combineren. En super leuk tegelijk, waardoor ik het volhield. Mijn vriendin, m’n kinderen (13 en 12 jaar oud inmiddels), stagebegeleider, studiemaatje en jongste zus zitten achteraan het zaaltje glunderend toe te kijken.

Op de universiteit heb ik nieuwe vrienden gemaakt en veel geleerd. Ergens vind ik het jammer dat ik mij maandags niet meer hoef te melden voor college en het ‘geschiedenisclubje’ van Janneke. Of met Clemens en Herman niet meer kan lunchen in de overvolle mensa. Maar goed, nu mag ik eindelijk bevoegd en wel voor de klas. En daar was het me allemaal om te doen natuurlijk.

Helemaal van een vreemde heb ik het lesgeven niet: mijn moeder was docent gymnastiek in Hilversum, op de middelbare school waar ik nota bene stage heb gelopen vorig jaar. Ze spoorde me altijd aan mijn lesbevoegdheid te halen toen ik Geschiedenis studeerde. Daar wilde ik toen niets van weten. “Ma-aa, ik ga dat écht niet doen hoor, lesgeven. Ik wil de journalistiek in.” Mooi hoe ze dit kennelijk toch voorzien heeft. Dat ik nu alsnog les ben gaan geven heeft ze niet geweten: ze is twee jaar geleden overleden, mijn vader al langer geleden. Ik weet zeker dat ze het fantastisch zou vinden.

Iedereen die ik spreek is verbaasd dat ik moeite moet doen voor een baan. “Huh? Er is toch een groot tekort aan docenten?” Ja, voor vakken als Nederlands, Engels, Duits, Wis- en Natuurkunde... voor Geschiedenis (nog) niet. “Het is ook één van de leukste vakken”, grap ik vaak. “Dat wil iedereen wel geven”.

Ik heb van een collega-docent gehoord dat er uitzendbureaus zijn speciaal voor het onderwijs. De kans dat ik als invaller aan de slag kan via een bureau is groter dan solliciteren op een plek waar jij de zoveelste sollicitant voor docent Geschiedenis bent, heb ik gemerkt. Dus maak ik van een nood een deugd. Mijn eerste jaar als docent wil ik gebruiken om veel ervaring op te doen, zowel bij verschillende schoolniveaus als in het vak zelf. Het voordeel van invallen is dat je veel ervaring kan opdoen. Een nadeel, bedenk ik me later, dat je halverwege het schooljaar instroomt en 5-0 achterstaat bij veel leerlingen... die waarschijnlijk minder loyaal zijn, omdat je er toch maar ‘tijdelijk’ bent.

In de gesprekken met een uitzendconsulent wordt mij gevraagd of ik ook interesse zou hebben om als docent Nederlands aan de slag te gaan. Daar is namelijk een groot tekort aan. Met mijn journalistieke achtergrond en opleidingen (Schrijversvakschool, Communicatie C) zou dit voor de hand liggen. Ik heb daar zelf ook al eerder aan gedacht. Wat me tegenhield tot nu toe, is een nieuwe - en dan jarenlange -- studie naast een baan. Toch, het idee om op de onderbouw tijdelijk Nederlands te geven, en zo te kijken of dit inderdaad zo leuk is als het mij lijkt, spreekt me erg aan. En zo begin ik een maand na mijn afstuderen als docent Nederlands op een VMBO in ’t Gooi. Lesgeven aan eerste- en tweedeklassers, waarvan sommigen door het lerarentekort al een paar weken geen Nederlands meer hebben gehad.         

Ze kijken me nieuwsgierig aan als ik bij de deur iedereen een hand geef. “Bent u de nieuwe?”, “Mag ik naar de wc mevrouw?”, “Wat gaan we doen vandaag?” - ze willen echt alles weten. “Jaaa, gaat u voorlezen zoals de andere docent? Gaan we een film kijken?” De eerste dagen en weken ben ik druk met het afspreken van regels in de klas en het inlopen van de lesstof. En natuurlijk het leren kennen van elkaar.

Na de eerste week is het nieuwe van de docent er wel vanaf. Sommige leerlingen testen hoe ver ze kunnen gaan bij mij. Als ik er één uitstuur na een eerdere waarschuwing (kletsen, omgedraaid zitten, propjes gooien) druipt hij bedremmeld af. Later hoor ik hem zachtjes op de deur kloppen. “Ehh, mevrouw, het lokaal is dicht”. Leerlingen die eruit gestuurd worden, moeten zich melden bij een bepaald lokaal, waar iemand de reden voor het eruit sturen met hen gaat bespreken. En: hoe het een volgende keer beter kan. Maar vandaag zit daar niemand.

Ik kijk Dennis aan. Hij kijkt nog steeds verschrikt, want hij had niet verwacht dat ik hem er echt uit zou sturen. “Dennis”, begin ik langzaam en laat even een stilte vallen. De hele klas is nu ook stil en kijkt toe. “Heb jij geluk vandaag?” Even zie ik onbegrip in zijn ogen. Dan begint iets van opluchting te verschijnen. “Ehm....misschien?” Voor de zekerheid blijft hij gespannen op de drempel staan. “Ga maar heel snel zitten. Ik verwacht echt ander gedrag van jou. Zo niet, dan mag je je alsnog melden”. De lessen na dit voorval doet Dennis mee, is ontspannen en vraagt me van alles voor en na de les. En ik heb een mooi verhaal om thuis te vertellen.  

Lees ook de andere blogs van Pauline: