Als ik zie dat ze moeilijke lesstof begrijpen ben ik echt trots

Als ik zie dat ze moeilijke lesstof begrijpen ben ik echt trots

Coene Wouters (23), masterstudent Lerarenopleiding (Duits) bij de Universiteit van Amsterdam.

‘Mijn studie is ondergebracht bij de Interfacultaire Lerarenopleidingen van de Universiteit van Amsterdam. De master, van een jaar, bestaat voor een groot deel uit stagelopen. Ik geef nu drie keer 45 minuten les in de week, op het Haarlemmermeerlyceum in Hoofddorp. Dat lijkt weinig, maar ik besteed veel tijd aan de voorbereiding en aan het nabespreken van lessen. Daarnaast kosten de studieopdrachten ook veel tijd. Bij het maken van een lesontwerp bijvoorbeeld, breng je eerst een probleem naar voren. Denk aan bepaalde lesstof die niet blijft hangen bij de leerlingen. Vanuit wetenschappelijk onderzoek probeer je vervolgens de kern van het probleem te definiëren en oplossingen te bedenken. Dan maak je een lesontwerp van twee tot vier lessen, dat je achteraf evalueert. Echte wetenschap dus.

Als je het goed wil doen kost de master Lerarenopleiding best veel tijd. Maar dat is het zeker waard. Het is erg leuk om jongeren iets te leren en kennis over te dragen. Het klinkt als een cliché, maar werken met jonge mensen is toch waarom ik het onderwijs in wilde.

Eigen stijl ontwikkelen

Ik begon mijn stage met kijken hoe andere leraren het deden. Vanaf november geef ik zelf les. Ik ben zelf verantwoordelijk voor een 4 vwo-klas en geef daarnaast les aan een 3 vwo- en 3 havo-klas. Hiervoor had ik nog niet eerder lesgegeven. Het was wel even wennen. Je moet een eigen stijl ontwikkelen en dat kost tijd. Ook moet je je leerlingen leren kennen: wat voor scholieren zijn het? Wat vinden ze interessant? Als je dat weet kun je bedenken hoe je ze het beste kunt bereiken. En dan groei je als leraar en klas naar elkaar toe. Toevallig had ik afgelopen week ineens zo’n moment dat ik dacht: het gaat inmiddels wel lekker. Het scheelt dat ik een lieve klas heb. Ik heb er tot nu toe nog niemand uit hoeven sturen.

Vaksectie

Binnen de school waar ik stage loop heb ik veel te maken met de vaksectie van het vak Duits. Daarin wordt besloten wat voor type onderwijs er op school wordt gegeven. Dat kan per vak behoorlijk verschillen. Bij Franse lessen wordt op onze school bijvoorbeeld alleen maar Frans gesproken: erg leuk. Bij Duits is dat niet altijd mogelijk. Grammatica leg ik altijd in het Nederlands uit, omdat ik zeker wil weten dat mijn leerlingen de uitleg goed oppikken. Binnen de kaders van de vaksectie, en die van mijn lerarenopleiding, probeer ik een eigen manier van lesgeven te vinden. Daarnaast heb ik ook te maken met de eindtermen waar leerlingen uiteindelijk aan moeten voldoen. Dat is soms wel fijn, want daardoor werk je als vaksectie vaak met dezelfde toetsen en lopen de lessen redelijk parallel.

Genieten

In het begin ging ik vaak uit van een te hoog kennisniveau van mijn klassen. Ik heb geleerd om veel te visualiseren en de leerstof in duidelijke stappen te brengen. Soms ben ik echt trots als ik zie dat ze moeilijke lesstof begrijpen. Ik zie ze groeien. Dat is echt genieten.
Hiervoor heb ik Duitse letterkunde gestudeerd; eerst de bachelor en daarna de master. Ik had ervoor kunnen kiezen om bijvoorbeeld vertaler te worden, de journalistiek in te gaan of als letterkundige aan een universiteit te werken. Maar nu wil ik zeker verder in het onderwijs. Na mijn studie wil ik het wel rustig opbouwen. Eerst een repertoire aan lessen opbouwen, zodat ik minder tijd kwijt ben aan het voorbereiden van lessen. Sommige oudere docenten hebben al routine opgebouwd en lijken het uit hun mouw te schudden. Of het vak na een tijdje saai wordt? Dat kan, maar dat kan bij elke baan gebeuren waar je lang in werkt. Je hebt als leraar wel elke keer andere leerlingen. De scholen veranderen ook, net als de buitenwereld. Je moet het vooral voor jezelf interessant houden, jezelf verdiepen in je vak.

Goed begeleid

‘Deze lerarenopleiding is een mooie kans om aan het onderwijs te ruiken’
Als beginnende leraar wordt je gelukkig goed begeleid. Zo word je op de school waar ik stage loop gekoppeld aan een ervaren docent waar je regelmatig mee overlegt. Als eerstegraads leraar Duits is het makkelijk om een baan te vinden. Ook zonder onderwijsopleiding trouwens. Ik heb ook collega’s zonder onderwijsbevoegdheid. Dat geeft al aan hoe groot de schaarste is. Toch zou ik iedereen aanraden om een onderwijsmaster te doen. Het is een mooie kans om aan het onderwijs te ruiken. Je leert er veel van. Vooral hoe je dingen die in je hoofd zitten goed over kunt brengen en wat voor middelen je daarvoor kunt gebruiken. Ook is een lesbevoegdheid handig om te hebben. Is het niet voor nu, dan misschien voor over tien jaar.’