Onderwijsvormen

Werkomgeving: de schooltypen

Als docent kun je lesgeven in verschillende typen voortgezet onderwijs. Elk schooltype biedt weer een andere werkomgeving.

Praktijkonderwijs

  • Het praktijkonderwijs leidt rechtstreeks op voor een plek op de arbeidsmarkt.
  • Leerlingen krijgen in kleine groepen les in de vakken van de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Daarnaast zijn er praktijkvakken, zoals zorg en welzijn of verkoop.
  • In het praktijkonderwijs hebben de leerlingen intensieve begeleiding nodig en meer uitleg.
  • Als docent help je de leerlingen ook om algemene vaardigheden te ontwikkelen, zoals zelfredzaamheid en werknemersvaardigheden.
  • In het praktijkonderwijs mag je lesgeven met een tweedegraads bevoegdheid. Ook met een pabo-diploma mag je als docent lesgeven In het praktijkonderwijs.

Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo)

  • Het vmbo leidt leerlingen op voor het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) of voor doorstroming naar de havo.
  • In het vmbo zijn er vier leerwegen:
    · theoretische leerweg (alleen theoretische vakken)
    · gemengde leerweg (4 uur beroepsgericht onderwijs)
    · kaderberoepsgerichte leerweg (12 uur beroepsgericht onderwijs)
    · basisberoepsgerichte leerweg (12 uur beroepsgericht onderwijs)
  • Het niveau van de lesstof en de aandacht die elke leerling nodig heeft, verschilt per leerweg.
  • Op het vmbo mag je lesgeven met een tweedegraads bevoegdheid.

Leerwegondersteunend onderwijs (lwoo)

  • Leerwegondersteunend onderwijs is geen type onderwijs. Het is speciaal onderwijs aan vmbo-leerlingen van de basis- en soms van de kaderberoepsgerichte leerweg.
  • Lwoo biedt leerlingen met leerachterstanden extra ondersteuning, zodat ze makkelijker hun diploma kunnen halen.
  • Een lwoo-docent heeft kleinere klassen, zodat hij of zij meer aandacht kan geven aan elke leerling.
  • Een lwoo-docent geeft vaak meerdere vakken, zodat de leerlingen niet te maken hebben met veel verschillende leraren.
  • Lwoo wordt niet op alle vmbo-scholen gegeven.
  • Lwoo is ook mogelijk buiten de lessen om of zelfs buiten de muren van de school.

Hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo)

  • De havo is een voorbereiding op het hoger beroepsonderwijs (hbo) of dient als doorstroming naar het vwo. Er is meer ruimte voor verdieping van de lesstof dan op het vmbo en de leerlingen op de havo moeten meer zelfstandig werken.
  • In de bovenbouw kiezen havo-leerlingen een van de volgende vier profielen:
    · Cultuur en maatschappij
    · Economie en maatschappij
    · Natuur en gezondheid
    · Natuur en techniek
  • Met een tweedegraads bevoegdheid mag je als docent alleen lesgeven in de eerste drie klassen van de havo.
  • Als je wilt lesgeven in de bovenbouw van de havo, heb je een eerstegraads bevoegdheid nodig.

Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo)

  • Het vwo is een voorbereiding op een studie aan een universiteit. De leerlingen zijn over het algemeen leergierig en hebben veel uitdaging nodig. Er is veel ruimte voor verdieping.
  • Alle vwo-leerlingen krijgen tot en met de derde klas Frans, Duits en Engels. Aan het eind van het derde jaar kiezen ze een van de volgende vier profielen:
    · Cultuur en maatschappij
    · Economie en maatschappij
    · Natuur en gezondheid
    · Natuur en techniek
  • Het atheneum is de reguliere vwo-opleiding met 15 vakken in de onderbouw en 8 examenvakken.
  • Het gymnasium is een vwo-opleiding met als extra vakken Latijn, Grieks en klassieke culturele vorming. Door de extra vakken hebben de leerlingen iets minder lesuren per vak en moeten ze meer stof zelfstandig tot zich nemen.
  • Het tweetalig vwo is een vwo-opleiding waarin vanaf de brugklas ongeveer de helft van de vakken in het Engels gegeven wordt.
  • Met een tweedegraads bevoegdheid mag je als docent alleen lesgeven in de eerste drie klassen van het vwo.
  • Als je wilt lesgeven in de bovenbouw van het vwo, heb je een eerstegraads bevoegdheid nodig.